Hoe de rede ruimte krijgt – door de emotie ruimte te geven

Hoe de rede ruimte krijgt - door de emotie ruimte te geven

Image

Mijn moeder.
Schat van een mens.

Lief en slim. Altijd beschikbaar voor advies. En meestal heeft ze gelijk. Zoals laatst, toen ik vertelde dat een opmerking van een collega me niet losliet. Gepieker, je kent het wel.

Dan moet je dat gewoon met je collega bespreken, was haar reactie.

Jáhaa, zuchtte ik, dat weet ik, maar daar gáát het nu niet om.

Voorlopig volg ik haar advies niet op. Dom van me. Want ik wéét dat ze gelijk heeft.

Hoe kan dat?

Mijn moeder is het oplossingsgerichte type. Is er een probleem? Geen probleem, dan lossen we dat op.

We houden van oplossingsgericht. We vragen erom in vacatureteksten. Maar is het écht waarnaar we verlangen?

Handig, toch, een oplossing voor problemen?

Handig. Maar niet bevredigend. En daarom ook niet motiverend.

Soms is de omweg sneller dan de afkorting.

Aristoteles zei, dat een effectieve boodschap altijd rekening houdt met zowel ethos, logos als pathos. Mijn moeders advies appelleert uitstekend aan mijn logos, het is een concreet en redelijk voorstel. Redelijkerwijs zou ik het direct moeten uitvoeren. Met haar ethos zit het ook wel goed. Moeder heeft het beste met me voor. Hoe zit het dan met pathos?

Wat is pathos?

Het is het oud-Griekse woord voor lijden of voor emotie. Het gaat om voelen. Weten wat er in de persoon tegenover je omgaat. Met pathos bedoelt Artistoteles dat je het lijden van je publiek erkent: welke angsten, verlangens, pijn brengt de situatie te weeg? Sympathie en empathie zijn van pathos afgeleid. Meevoelen en invoelen.

Pathos gaat er trouwens ook over dat je weet hoe je publiek denkt. Je overtuigt makkelijker met de argumenten die ze al hebben geaccepteerd, dan met nieuwe spitsvondigheden. Of met een ander wereldbeeld. Mensen kiezen wat ze kennen. Daarom moet jij weten wat ze denken.

Zie het zo: je bent de spreekbuis van wat zíj denken en voelen. Dat iemand denkt terwijl jij spreekt: Ja, precies, dat zei ik toch laatst? Dat die elektrische auto’s hartstikke vervuilend zijn.

Het gaat overigens niet alleen om woorden. Het gaat ook om daden. Om waar je bént. Welke houding je aanneemt. Je gestes. Zoals koningin Beatrix de Bijlmer bezoekt na de verschrikkelijke vliegtuigcrash in 1992. Of Enschede na de vuurwerkramp. Haar aanwezigheid, haar gezichtsuitdrukking, haar handgebaren drukken niets anders uit dan het onmetelijke verdriet.

Gaat het over oplossingen? Maatregelen? Later wel, natuurlijk. Maar nu nog niet. Nog lang niet.
Dus, voordat je bedenkt wat je gaat vertellen, onderzoek je:

  • Hoe denkt mijn publiek?
  • Wat voelt mijn publiek?

In welke gemoedstoestand zijn ze? Zijn zij vrolijk, kun jij luchtig spreken. Zijn ze net wereldkampioen geworden? Dan verwoord jij hun trots. Als zij bezorgd zijn, neem je een serieuze houding aan. Je bent als een kameleon die de kleur van zijn omgeving aanneemt. Je bent de mond die verwoordt wat onuitgesproken in de ruimte hangt. Soms weet je publiek zelf nog niet eens met welke emotie het kampt, maar door jou valt het onbestemde op z’n plek.

Je wil dat ik met iedereen méépraat. Dat is toch geen leiderschap?

Het is ook slechts het begin. Eerst wil je vertrouwen krijgen. Je voelt mee: I feel your pain. Pas dán komt er ruimte voor jouw ideeën.

Sommige sprekers houden het bij de Ik-voel-met-je-mee–boodschap. Dat noem ik dan een populist. Die krijgt de handen op elkaar, verwerft populariteit. En daarmee is zijn doel bereikt. Voor de echte leider begint het hier pas. Hij beweegt van de erkenning naar de oplossing. Door de mensen hoop en vertrouwen te geven: kijk daar, aan het einde van die steile onverharde weg ligt een aardbeienveld. Zet je four-wheel-drive maar aan, ik weet dat je ‘m in huis hebt.

Kun je een voorbeeld geven?

Ik laat je een paar stukken uit de nieuwjaarstoespraak zien die wijlen burgemeester Eberhard van der Laan op 1 januari 2017 in Amsterdam uitsprak. Hij benoemt de zorgen van zijn toehoorders, wint vertrouwen, geeft vertrouwen en biedt hoop. Allemaal emotie. Om een weg te banen voor zijn redelijke boodschap:

***

‘Elite’, wees welkom. #1

[…]

#1 ‘Elite’ als aanspreektitel??

Hier zit een select gezelschap. Je zou het een ‘bobo-feestje’ kunnen noemen. En ‘elite’ is niet bepaald een geuzennaam, these days. Was dit dan een belediging? Van der Laan stelde zich graag anti-elitair op.

Nee. Door zijn publiek zo te noemen, legde hij met het eerste woord de vinger midden in de wond: hebben wij – bepalers en beslissers – nog wel bestaansrecht? De pijn ligt bloot.

Van der Laan creëert hiermee ook saamhorigheid: de toehoorders zitten in hetzelfde schuitje. En die schuit is lek. De burgemeester benoemt het collectieve ongemak.

Van der Laan heeft natuurlijk een idee hoe dat lek te dichten. Maar zijn advies stelt hij nog uit. Eerst moet hij vertrouwen winnen, de ‘elite’ moet zich eerst openstellen voor de boodschap van de volksburgemeester.

Hoe doet hij dat?

Wij zijn te gast bij onze opera en ons ballet. Weet u dat zij vorig jaar verkozen zijn tot het beste operahuis ter wereld? #2 We hadden in 2015 onze nieuwjaarsreceptie in de Stadsschouwburg. Wist u dat de Toneelgroep Amsterdam onder leiding van Ivo ten Hove vorig jaar door de New York Times geprezen werd als misschien wel het beste toneelgezelschap ter wereld? #3 En voordat we, vanwege de crisis vier keer geen nieuwjaarsreceptie hadden, hielden we die altijd in het Concertgebouw. U weet vast wel dat het Concertgebouworkest al vele jaren tot de beste van de wereld wordt gerekend. #4

#2 Door een groot compliment te geven aan de elite.
#3 En nog één.
#4 En nóg een.

Hij zet ze op een voetstuk.

Dames en heren, hoe bevoorrecht zijn we wel niet! Maar dat maakt ons nog geen ‘elite’.
Iedereen had het erover: het Oekraïne-referendum, de Brexit en de verkiezing van Trump. Vaak met de sombere strekking dat de boosheid en het populisme nu echt gaan winnen. #5

Is het populisme aan het winnen? En, zo ja, wat kunnen en moeten we eraan doen? #6

#5 En hij erkent hun zorg…
#6 …en hun hoofdbrekens.

Vanavond wil ik het met u hebben over de zwijgende, of beter gezegd de constructieve meerderheid.
In het Oekraïne- en het Brexit-referendum hoorden we niet alleen terechte kritiek op het institutionele Europa. Als dat het was, hadden we maar één – natuurlijk wel groot – probleem: Europa dichter bij de burger zien te brengen.
We hoorden veel meer. De globalisering en digitalisering […]
Maar het grootste probleem lijkt te zijn dat veel mensen het gevoel hebben dat de politiek hen heeft laten zitten. #7 Is dat niet de echte betekenis van de verkiezing van Trump?

#7 Hij erkent het nare gevoel beschuldigd te worden. Het gevoel te kort te schieten. Schuldgevoel?

Hoe komt dat? Ook ik weet het niet precies. Maar ik denk aan de volgende oorzaken.

[…]

Filosoof Tamar de Waal maakt een mooie vergelijking van de politiek met de sterrenhemel. Zoals het licht van de sterren vaak al jaren oud is op het moment dat wij het zien, zo is wat er in de samenleving gebeurt vaak het resultaat van ontwikkelingen en beslissingen van jaren geleden. Ons ingrijpen nu zal ook pas over jaren effect hebben. #8

#8 Erkenning van de complexiteit van hun situatie: het ís ook niet makkelijk.

Voor wie dit alles niet wil zien, ontstaat een mengsel van onmacht, teleurstelling en ontevredenheid. #9

 #9 De boosheid komt ook door onbegrip: de ontevredenen willen de complexiteit niet zien. Troost.

Tegelijk zijn onze kinderen de gelukkigsten ter wereld. De helft van hen gaat naar het hoger onderwijs. We verdienen hier nog altijd veel meer dan bijna overal op de wereld. En die verdiensten zijn hier veel eerlijker verdeeld. Er zwemt weer vis in de grachten en onze kinderen weten niet wat zure regen is. Onze rechter is volkomen onafhankelijk. Wij smijten geen journalisten in de gevangenis. We worden jaren gezonder ouder en ga zo maar door. #10

#10 Opnieuw complimenten en erkenning voor wat er wél goed gaat.

Er is dus een verschil tussen wat we met ons allen klaarmaken en hoe we erover praten. […]

[…] Maar wat hen [de zwijgende meerderheid, red.] bindt is dat ze eropuit zijn sámen te leven en bereid zijn om naar elkaar te luisteren. #11

#11 Maar er is hoop.

[…] Maar impact of niet, het kwaad kan niet of zelfs nooit groter worden als wij ons niet laten verstoren het goede te doen. #12

#12 Nog meer hoop en vertrouwen in het kunnen van de toehoorders.

Het is daarom nu van het hoogste belang die constructieve meerderheid, want dat is een betere term dan de zwijgende meerderheid, te koesteren. #13

#13 En nú pas de oplossing.

Hoe doen we dat? Om te beginnen door een voorbeeld aan hen te nemen, of beter nog: door te zien dat wij er zelf ook toe behoren. Zie dat je bevoorrecht bent, maar laat je niet aanpraten dat je ‘elite’ bent! Kijk met empathie naar ieders onzekerheden, zorgen en angsten. Erken dat er reële tegenstellingen en problemen zijn die om verbinding en oplossing vragen, en niet om doorverwijzing of managementtargets. Beloof juist minder maar lever méér. Stel met elkaar grenzen en laat schreeuwlelijkerds níét de baas spelen. Bestrijd onverdraagzaamheid zonder zelf onverdraagzaam te worden.

Als angst besmettelijk is, dan kan zelfvertrouwen dat ook zijn. Laten wij elkaar aansteken met zelfvertrouwen en op die manier het populisme weerstaan. En laten wij ons uitspreken, op de rustige en genuanceerde manier die de constructieve meerderheid eigen is. #14

#14 Hoop, vertrouwen en een rooskleurig toekomstbeeld met een rol van betekenis voor ‘de elite’.

[…] 

Gelukkig Nieuwjaar en dank u wel voor uw aandacht.

***

Mooi, hè?

De hele toespraak kun je hier lezen.

Wat ik hiermee doe?

Ik ga mijn moeder vragen of ze in het vervolg heel eenvoudig wil zeggen: hè bah, wat vervelend. En nu zit je zeker te piekeren, omdat je niet weet wat je collega met die opmerking bedoelde. 

Ja. Fijn. Gewoon éven samen zwelgen in m’n kleine zorgen. Meer niet. Morgen vraag ik m’n collega wat er aan de hand is.

Dus, samengevat:

Erken het probleem en de gevoelens van je tegenover of je publiek.
Voordat je mensen toespreekt, vraag je je af:

  • In welke gemoedstoestand is mijn publiek?
  • Wat denken ze?
  • Wat voelen ze

Benoem het. Letterlijk, of laat uit je verhaal blijken dat je het serieus neemt.

Pas als de emotie voldoende is uitgemeten, komt er ruimte voor de ratio.