Ook zonder protest-spandoeken

Ook zonder protest-spandoeken

‘Wij zijn nu eenmaal van de inhoud,’ zei de fractievoorzitter met een pak raadsstukken onder zijn arm en zijn leesbril over zijn voorhoofd richting kruin geschoven, ‘niet van de gelikte praatjes.’

‘Ja, als je het zo stelt,’ antwoordde de student.

Wat is dat eigenlijk, een gelikt praatje? Is dat als je liegt? Of een verkeerde voorstelling van zaken geeft? Of om de hete brij heen draait?

‘We kunnen het toch zó vertellen dat de mensen thuis of op de tribune het ook snappen? Dat ze het misschien zelfs leuk vinden om te komen luisteren? Wie weet willen ze ons wel een keer ontmoeten? Of op ons stemmen?? Om wat we in de raad doen. Op basis van de inhoud,’ stelde de student voor.

‘Ja, als je het zo stelt,’ zei de fractievoorzitter, zette zijn leesbril terug op zijn neus en las de speech aandachtig.

 

Burgers zijn net mensen. Politici trouwens ook.

Tip 1: wees een mens. Wat anders? Geen organisatie. Geen orgaan. Of instituut. Mensen willen weten wat jij en je fractiegenoten vinden. Hoe jullie afwegingen maken. Wat jullie beweegt. Waarover jullie twijfelen. Tot welke concessies jullie bereid zijn en tot welke niet. Vertel eens iets over je sores.

 Leuk verhaal, maar waar hebben ze het eigenlijk over?

Thuis, in de fractie, in de commissie is het onderwerp voorbereid en jullie kennen inmiddels alle details. Maar de mensen op de tribune kunnen wel een introductie gebruiken. Tip 2: laat de indiener van het voorstel in maximaal twee of drie minuten de aanleiding en de hoofdlijnen van het voorstel uitleggen voordat het debat begint.

 Simpel is het moeilijkst.  

Tip 3: Gebruik gewone mensentaal. Geen kleutertaal. Geen versimpeling van zaken. Kiezers zijn volwassen mensen die alles keurig op een rijtje hebben. Uitzonderingen daargelaten.

En laat ambtenarenbeleidsjargon achterwege. Ambtenarenbeleidsjargon is prima als ambtenaren, wethouders en raadsleden onderling discussiëren, debatteren, bakkeleien en onderhandelen. Maar zo gauw het ook te volgen moet zijn voor anderen, hou je ermee op. Zoals ook juristen onderling in juristentaal mogen praten, zoveel ze willen. En zodra ze met een cliënt spreken, leggen ze in gewone-mensentaal uit wat er in het contract staat. Datzelfde geldt voor artsen. Voor Slagers. Hoveniers. Anders raken ze hun klandizie kwijt. En als vaktermen onvermijdbaar zijn, leg je de betekenis uit. Ook als de publieke tribune (nog) leeg is.

Ja zeg, die kennen we nou wel. Die tip heeft inmiddels wel zo’n lange baard!

Waarom horen we dan nog regelmatig zinnen als deze in Nederlandse gemeenteraden: ‘De groenvisie, zoals verwoord in scenario B, dat rekening houdt met hoofdgroenstructuren, ecologische verbindingen tussen natuur, recreatie en bedrijvigheid een een brug slaat naar het basisonderwijsplan, kan met een enkel voorbehoud waarop ik zo dadelijk te spreken kom, onze goedkeuring wegdragen.’

Het punt is: je ziet het niet meer. Je wordt ambtenarenbeleidstaalblind. Kwestie van beroepsdeformatie. Dus, check je zinnen! En wees streng voor jezelf. Wees hartstikke streng.

De raadsmonologen

Goede voorbereiding is het halve werk. Slechts het halve, nog lang niet het hele. De inbreng die je hebt voorbereid draagt in de raadsvergadering nog niet bij tot het raadsdebat. Die inbreng is goed voor een monoloog of een speech. Tip 4: ga tijdens je spreektijd ook in op de standpunten van andere raadsleden en leg uit waarom je het er niet mee eens bent. Jij hebt immers niet alleen een goed (voorbereid) verhaal. Jij hebt een beter verhaal dan de anderen. Maar daar moet je de keizer nog wel van overtuigen. Hou geen monologen, ga het debat aan.

 

About the Author

Leave a Reply